Leren blijft populair, maar drie miljoen volwassenen missen kansen

·
Luister naar dit artikel~4 min

Al dertig jaar blijft het aandeel volwassenen dat leert steken rond 43%. Klasse, leeftijd en opleidingsniveau bepalen nog altijd wie meedoet – en dat kost drie miljoen potentiële leerders.

Al dertig jaar meten onderzoekers hoeveel volwassenen in het Verenigd Koninkrijk blijven leren. De uitkomst van die jubileumeditie is confronterend: slechts 43% van de volwassenen heeft de afgelopen drie jaar een leertraject gevolgd. In 1996 lag dat cijfer op 40%. Er is dus nauwelijks iets veranderd. Dat is geen toeval, maar het gevolg van hardnekkige ongelijkheid tussen groepen. ### Wie leert er eigenlijk – en wie niet? Klasse, leeftijd en het hoogst behaalde diploma bepalen nog altijd of iemand deelneemt aan volwasseneneducatie. Elk extra levensjaar verlaagt de kans op leren met ongeveer 3%. En de meest genoemde drempel? Het gevoel "te oud" te zijn om nog aan de slag te gaan. De onderzoekers van het Learning and Work Institute schatten dat er drie miljoen extra werkende volwassenen aan het leren waren geweest als die klassengebonden ongelijkheid er niet was geweest. Drie miljoen mensen die nu buiten de boot vallen. ### Waarom dit ons allemaal raakt De samenleving verandert sneller dan ooit. Kunstmatige intelligentie, de energietransitie en demografische verschuivingen vragen om nieuwe vaardigheden. Wie niet bijleert, raakt achterop. Tegelijkertijd tonen de cijfers aan hoe waardevol leren is: negen op de tien deelnemers noemt minstens één voordeel, van betere baankansen tot meer zelfvertrouwen, gezondheid en sociale contacten. Enthousiasme is er dus wel degelijk. Van de huidige leerders verwacht 86% binnen drie jaar opnieuw een cursus of opleiding te volgen. > "Het enthousiasme van volwassenen voor leren is onverminderd. Maar je kans om deel te nemen hangt nog veel te veel af van je klasse, je leeftijd en wanneer je van school ging." Dat zei Stephen Evans, directeur van het Learning and Work Institute. Volgens hem hebben overheden en werkgevers te vaak nagelaten om die ambitie om te zetten in echte mogelijkheden. ### Online leren is het nieuwe normaal Toch is er ook veel veranderd in dertig jaar. Na een dieptepunt van 33% in 2019 – het gevolg van bezuinigingen en teruglopende investeringen door werkgevers – schoot de deelname na de pandemie omhoog naar 52% in 2024. Daarna zakte het terug naar 43% in 2026. Wat opvalt: leren voor persoonlijke interesse is inmiddels goed voor bijna de helft van alle leerders (46%), tegenover 20% in 2019. En online leren is de standaard geworden. Bijna de helft van alle volwassenen die leren (48%) volgt de opleiding volledig online. ### Wat dit betekent voor het Nederlandse volwassenenonderwijs De Britse cijfers zijn een spiegel voor ons eigen veld. Ook in Nederland speelt de vraag hoe we mensen bereiken die nu niet meedoen. Online cursussen bieden kansen, maar ze lossen ongelijkheid niet vanzelf op. Een paar praktische aandachtspunten voor professionals in sociaal-culturele vorming en volwasseneneducatie: - **Drempels wegnemen**: "te oud voelen" is een gevoel, geen feit. Herken het en speel erop in met herkenbare rolmodellen. - **Digitale toegankelijkheid**: online leren werkt alleen als de basisvaardigheden op orde zijn. - **Samenwerken met werkgevers**: zij investeren te weinig in bijscholing, terwijl de noodzaak groeit. - **Persoonlijke interesse als motor**: leeractiviteiten rond hobby's en burgerschap trekken mensen die formele opleidingen links laten liggen. De centrale les uit dertig jaar onderzoek is eigenlijk simpel. Mensen willen best leren. Het is aan ons om de deuren open te zetten – en om te zorgen dat die deuren niet alleen bereikbaar zijn voor wie toch al binnen was.